Home » JO&GO » FOTOZINE » • Fotografiestanden op je fototoestel

• Fotografiestanden op je fototoestel

Gepubliceerd op 24 juni 2017 12:00

P-stand: hierin kun je alleen zelf de iso-waarde en de witbalans aanpassen. De camera kiest meestal een groot diafragma en een bijbehorende sluitertijd.

A-stand: In deze stand kun je zelf het diafragma instellen en de camera stelt een daarbij behorende sluitertijd in.
Diafragma is te gebruiken om de scherptediepte van de foto in te stellen.
Kleine waarde; alleen het onderwerp scherp, achtergrond wazig
Grote waarde ; meer scherpte in de diepte. Achtergrond wordt scherper naarmate de waarde hoger wordt. Dus waarde f11 zorgt ervoor dat er meer dingen scherp op de  foto staan dan bij F5,6.

S-stand: In deze stand kun je de sluitertijd instellen en de camera kiest het bijbehorende diafragma. Stilstaande objecten kunnen met een kleine sluitertijd gefotografeerd worden bv 1/30.

Bewegende objecten vanaf 1/125 of beter 1/250 of 1/500. Ligt eraan hoe snel het onderwerp beweegt.

Hoe hoger de noemer, des te minder onscherpte bij beweging.
Dus 1/500 of 1/1000 bij sport en bij niet bewegende onderwerpen kan een langere sluitertijd gekozen worden.

M-stand: Hierbij moet je alles zelf instellen. Dit is echt iets voor de gevorderde fotograaf.

Kan de camera geen tegenwaarde geven bij de A of S-stand en blijft dus knipperen, dan de ISO verhogen (zie verderop).

 

Hoe langer de sluitertijd (bv 1/8 of 1/15) hoe groter de kans dat de foto bewogen is omdat je de camera beweegt.

Dus bij bv een sluitertijd van 1/125 heb je minder kans op een foto met bewegingsonscherpte doordat je de camera beweegt of dat het onderwerp een beetje beweegt.

 

 


«   »