• 4 PRAKTISCHE MACROFOTOGRAFIE-TIPS

Gepubliceerd op 4 maart 2019 14:59

1. Scherpstelafstand


Omdat je een insect graag groot op je sensor wilt hebben, moet je vaak dichtbij komen. Let dan goed op de scherpstelafstand van je objectief. Die afstand (in centimeters) kun je vaak aflezen naast het tulp-icoontje op je objectief. Tot daar kun je nog scherpstellen, dichterbij niet meer.
 

2. Scherpstellen


Omdat bij macrofotografie de scherptediepte vaak heel klein is, is het een uitdaging om goed scherp te stellen. Helemaal als je de ogen van een klein insect scherp wilt hebben. Tip: werk met liveview. Hierbij kun je tot 10x inzoomen zodat je zeker weet dat scherp is wat jij scherp wilt hebben.
 

3. Scherptediepte


Door een onscherpte achtergrond springt je onderwerp er echt uit. Dat krijg je voor elkaar met je diafragma. Zet dat zo open mogelijk (laag getal) en de achtergrond wordt vanzelf onscherp. Je kunt de onscherpte van tevoren bekijken met de scherptediepte-controleknop op je camera.

De DOF controleknop op je camera is dat vreemde knopje ergens aan de voorkant, naast de lensvatting. Met deze knop kun je de scherptediepte controleren. Als je deze knop indrukt zal het diafragma naar de ingestelde waarde dichtgedraaid worden. Het beeld door de zoeker wordt dan donkerder, afhankelijk van het diafragma dat je ingesteld hebt.
 

Het idee is dat je hiermee de scherptediepte door de zoeker kunt controleren. Is alles wel scherp wat je scherp wilt hebben? Het beeld door de zoeker kan heel erg donker worden, zodat het nog maar moeilijk zichtbaar is of je onderwerp scherp is of niet. Zeker met de relatief lage resolutie van het schermpje. 

Maar het geeft wel een indicatie. Het maken van een testfoto en daarmee op je scherm de scherpte te controleren werkt beter. Alleen moet je bij macrofotografie vaak snel reageren en moet de eerste foto wel 'raak' zijn.


4. Achtergrond

De achtergrond van de foto is net zo belangrijk als de voorgrond. Let dus op dat er geen rare vormen of kleuren te zien zijn. Een egale achtergrond werkt vaak het beste. Dat kleine rode bloemetje dat je foto verstoort, zou je met een wasknijper net buiten beeld kunnen vastzetten.

Een achtergrond in dezelfde kleur(en) als het onderwerp dat je fotografeert werkt ook altijd erg goed.

«   »