Ganzen

Gepubliceerd op 21 juli 2020 om 14:54


Ganzen zijn grote, zwaargebouwde watervogels uit de familie Anatidae (zwanen, ganzen en eenden). Hierbinnen behoren ze tot de onderfamilie Anserinae (zwanen en ganzen). Ganzen zijn gespecialiseerd in het grazen en leven meer op het land dan andere Anatidae. Daarvoor hebben ze sterke, vrij lange poten, die midden onder het lichaam geplaatst zijn. Hierdoor kunnen ze goed lopen. In Europa leven twee geslachten: Anser (Grijze ganzen) en Branta (Zwart-witte ganzen).

Het woord gans wordt ook gebruikt voor een vrouwelijke gans. Het mannetje noemt men ganzerik, gent of gander.

SOORTEN GANZEN

 

De meeste voorkomende winterganzen zijn de kolgans, brandgans, grauwe gans, toendrarietgans en de rotgans. Het totale aantal winterganzen in Nederland op het hoogtepunt van het winterseizoen is ruim 2 miljoen. Dit aantal is de afgelopen 10 jaar stabiel gebleven. Wel wisselen de soorten die ons land aandoen over het afgelopen decennium.[1]

De meest voorkomende zomergans is de grauwe gans. Het aantal zomerganzen is beduidend lager dan de ganzenpopulaties in de winter. Jaarlijkse tellingen door Sovon en wildbeheerseenheden schatten aantallen van 60.000 zomerganzen in de maand juli. Onderzoeksbureau Alterra (Wageningen Environmental Research) vond echter dat de wildbeheereenheden systematisch meer dieren tellen. Bij de grauwe gans telden de wildbeheereenheden 60-70% meer dieren en bij de Canadese gans en nijlgans telden de wildbeheereenheden maar liefst 197-200% meer dieren.[1] Op basis van deze tellingen van het aantal zomerganzen wordt faunabeheer- en afschotbeleid gebaseerd.



«   »