• DERTIG DAGEN MINDER NACHTVORST DAN VROEGER

Gepubliceerd op 30 november 2019 19:05

Fijn voor fruittelers wellicht: Nederland heeft een maand minder nachtvorst dan 75 jaar geleden. Ook hebben we tegenwoordig elk winterhalfjaar bij elkaar opgeteld aanzienlijk minder dagen waarin de temperatuur onder het vriespunt komt. Dertig in plaats van tachtig.

Het zijn er in De Bilt gemiddeld ruim vijftig, terwijl er een eeuw geleden bijna tachtig vorstdagen per jaar waren. Ook hier is dus bijna een maand aan vorstdagen verdwenen. Veel Nederlanders valt het op dat echt strenge winters steeds zeldzamer worden. Maar voor harde cijfers moet je in de statistieken duiken.

Okhuijsen onderzocht of de eerste nachtvorst in de herfst nog op hetzelfde moment valt als vroeger. Ook keek hij of er een verschuiving plaatsvindt van de laatste vorst van het seizoen, die in de lente valt. Uit de analyse van data tussen 1706 en 2018 blijkt dat het seizoen waarin nachtvorst kan voorkomen dertig dagen korter is geworden. De grootste verschuiving zit niet aan het begin van het vorstseizoen, maar in de lente.

Sneeuwdekken

De eerste vorst van het seizoen valt tegenwoordig bijna tien dagen later dan 75 jaar geleden. Maar de ontwikkeling in de lente is een stuk duidelijker. De laatste nachtvorst van het winterhalfjaar valt in De Bilt nu bijna twintig lentedagen eerder dan 75 jaar geleden.

Het KNMI zoekt de verklaring hiervoor in een combinatie van factoren. De kans op nachtvorst hangt niet alleen af van opwarming en de gemiddelde temperatuur van de lucht, maar ook van de nachtelijke helderheid, zonnestand, zeewatertemperatuur en het uitblijven van sneeuwdekken vanaf half maart.


«