Home » JO&GO » FOTOZINE » • Diafragma, sluitertijd en ISO-waarde

• Diafragma, sluitertijd en ISO-waarde

Gepubliceerd op 2 januari 2017 12:08

• Diafragma

Bij het menselijk oog wordt de lichtinvoer geregeld door middel van de pupil, het diafragma werkt hetzelfde, het is net als de pupil een gaatje dat groter en kleiner gemaakt kan worden. Als het gaatje groter is wordt meer licht doorgelaten, als het gaatje kleiner is wordt minder licht door gelaten.

Bij elke diafragma instelling hoort een getal waarmee de grootte van de opening wordt aangegeven. Onderstaande getallen vormen een diafragma reeks:

Deze reeks betekent ook dat de oppervlakte waar licht doorheen komt steeds gehalveerd wordt wanneer je een kleinere opening kiest. Dus ook de hoeveelheid licht wordt daardoor met de helft verminderd.

Bij het onderdeel scherptediepte zullen we ook zien dat het diafragma evenals de sluitertijd ook invloed heeft op het uiteindelijke beeld.

Conclusie:

Een laag diafragma getal is een grote diafragma opening en een hoog diafragma getal is een kleine diafragma opening.

• Scherptediepte

De scherptediepte is de zone waarin het onderwerp dat je wilt vastleggen daadwerkelijk scherp wordt afgebeeld. Het diafragma bepaalt hoeveel er scherp weergegeven wordt in het beeld. Hoe groter de diafragma opening, hoe kleiner de zone is waarin het onderwerp scherp wordt afgebeeld.

Een voorbeeld in de volgende tabel waarbij we uitgaan van een lensbrandpunt van 17mm en waarbij scherpgesteld is op 1 meter:

Conclusie:

  • Bij een grote diafragma opening is alleen hetgeen scherp waar je op scherpstelt waardoor de voor- en achtergrond onscherp blijven.
  • Bij een kleine diafragma opening bereik je een grote scherptediepte waarbij voor- en achtergrond scherp weergegeven worden.
 

• Sluitertijd

De tijdsduur dat de sluiter open staat, en dus licht doorlaat, noemen we de sluitertijd. De sluitertijd is niet alleen bepalend voor de duur van de belichting, maar heeft ook invloed op het beeld.

  • Als een onderwerp dat een hoge snelheid heeft gefotografeerd wordt met een snelle sluitertijd dan lijkt het onderwerp stil te staan, het moment wordt als het ware bevroren.
  • Als hetzelfde onderwerp gefotografeerd wordt met een langzame sluitertijd dan zal deze beweging in het beeld zichtbaar worden. In dat geval is het vaak beter om een statief te gebruiken.

De volgende cijferreeks in seconden naar delen van een seconde hoort bij de sluitertijd:

8s – 4s – 2s – 1s – ½ – ¼ -1/8 -1/15 – 1/30 – 1/60 – 1/125 – 1/250 – 1/500 – 1/1000 – 1/2000 – enzovoorts

Dus kies je een langere sluitertijd dan wordt de tijd verdubbeld en komt er twee keer zoveel licht naar binnen. Kies je een kortere sluitertijd, dan wordt de tijd gehalveerd en wordt er twee keer zo weinig licht doorgelaten. Als je sluitertijden gebruikt die langer zijn dan 1/15 tot 1/30e seconde, gebruik dan een statief, uit de hand gaat niet meer, dan krijg je gegarandeerd last van bewegingsonscherpte.  Als je een vaste hand hebt en een objectief met stabilisatie dan lukt het vaak nog wel met sluitertijden van een 1/30e seconde. Echter met een teleobjectief moet je vaak nog kortere sluitertijden gebruiken, ook afhankelijk of er stabilisatie aanwezig is of niet.

• ISO-waarden

De gevoelige chip of sensor van de camera is instelbaar op een bepaalde lichtgevoeligheid. Hoe hoger de lichtgevoeligheid, hoe minder licht de camera nodig heeft om tot een goede belichting te komen. Echter ook hoe hoger de gevoeligheid, hoe meer kans op ruis in de foto waardoor de kwaliteit afneemt. Echter bij de huidige spiegelreflexcamera’s blijft de kwaliteit tot en met 800 ISO zeker goed, vaak ook nog tot 1600 ISO of hoger. Bij compactcamera’s is het vaak echter raadzaam om niet hoger dan 400 ISO te gaan. Een verdubbeling van de ISO-waarde betekent ook een verdubbeling van de lichtgevoeligheid.

De volgende reeks is gangbaar bij de meeste camera’s:

50 (soms) – 100 – 200 – 400 – 800 – 1600 – 3200 – en hoger bij de duurdere modellen.

Dus als je tekort licht hebt om bijvoorbeeld uit de hand te kunnen fotograferen, dan kun je altijd de ISO-waarde nog verhogen. Dus bijvoorbeeld bij een sluitertijd van 1/30e seconde bij het grootste mogelijke diafragma wat je objectief biedt, vaak f/4.0 of f/5.6 Je kunt natuurlijk ook je flitser gaan gebruiken maar die bederft door het harde licht vaak de sfeer of er mag niet geflitst worden, in die gevallen verhoog je de ISO.

Gebruik standaard 100 of 200 ISO, beter niet hoger, is ook niet nodig.

•TIPS

  • Beweging: Als het beeld stil moet staan of juist moet bewegen, kies dan de sluitertijdvoorkeuze (meestal Tv) op je camera en stel de gewenste snelle of langzame sluitertijd in. De camera kiest daar het juiste diafragma bij. Als het grootste diafragma gekozen is en de sluitertijd toch nog te kort om tot een goede belichting te komen, verhoog dan de ISO-waarde. De sluitertijd kan bij het door de camera gekozen kleinste diafragma ook nog te lang zijn, dan verlaag je, indien mogelijk, de ISO-waarde. Lukt dat niet meer, dan heb je een grijsfilter nodig (dit houdt licht tegen) of moet je een snellere sluitertijd instellen.
  • Scherpte: Als er veel scherptediepte moet zijn (volledig scherpe foto) of juist weinig (wazige achtergrond), kies dan het gewenste kleine (hoog getal) of grote (laag getal) diafragma via de diafragmavoorkeuze (meestal Av) op je camera en stel het gewenste diafragma in, de camera stelt de juiste sluitertijd in. Is deze langer dan 1/30e seconde, fotografeer dan vanaf statief of verhoog de ISO-waarde.

«   »