• 5 TIPS VOOR COMPOSITIES IN DE LANDSCHAPSFOTOGRAFIE

Gepubliceerd op 22 april 2020 om 19:09


In dit artikel lees je niets over de regels. Wij zien de regels in de landschapsfotografie als goed bedoelde uitgangspunten die je helpen bij het maken van een aantrekkelijke foto. Ze zijn nodig, echt waar. Maar als je de foto hebt gemaakt hoeft het eindresultaat echt niet aan een aantal vaste criteria te voldoen. Van ons krijg je vijf concrete en direct toepasbare praktische tips zodat jij vanaf nu betere composities in landschapsfotografie kunt maken. Ben je er klaar voor? Daar gaan we!

COMPOSITIE TIP 1: KIES HET ONDERWERP IN JE LANDSCHAPSFOTO ZORGVULDIG

Het klinkt als een dooddoener en toch zien we allemaal dat niet iedere compositie top is. Dat herkennen we zelf ook. En dat kan bijna niet anders. Natuurlijk ontwikkel je in de loop van de tijd steeds meer oog en gevoel voor wat een voor jou aansprekende compositie is. Maar in de praktijk ben je nu eenmaal niet altijd op een perfecte locatie, werken de omstandigheden even niet mee of heb je de tijd niet om je een plek eigen te maken.

Neem even de tijd om een plek in je op te nemen. Kijk gewoon om je heen. Vaak heeft een landschap meerdere mogelijkheden en dus ook meerdere onderwerpen in zich. Probeer die niet allemaal in één foto onder te brengen. De foto wordt te druk en de kijker zal de foto als…..ervaren.

Kies voor één of twee onderwerpen en laat de andere opties voor wat het is. Besteed voldoende tijd aan dat ene onderwerp. Je foto zal er echt sterker van worden. En een sterker beeld is precies wat je wilt.

Stel je onderwerp ook écht centraal in de foto. Met centraal bedoelen we niet in het midden, al kan dat in sommige composities perfect werken. Met centraal bedoelen we dat je er aandacht aan besteed om je onderwerp zo goed mogelijk tot z’n recht te laten komen.

COMPOSITIE TIP 2: KIES JE STANDPUNT

Verschillende standpunten leveren verschillende foto’s op, omdat je de kijker op een andere manier naar je onderwerp leidt. Welk standpunt je kiest is volledig afhankelijk van je onderwerp en waar je het in de compositie plaatst. En omdat het landschap op water en lucht na niet in beweging is, zul je zelf moeten bewegen.

Zo maar ergens je statief plaatsen en vanuit daar dé foto maken lukt bijna nooit. Vrijwel altijd ben je nog in beweging. En het is heel eenvoudig. Je kunt naar links of rechts en bijna gelijktijdig verplaats je je ook naar voor of naar achter. In veel landschappen heb je letterlijk de ruimte om je te verplaatsen. En soms kun je in ons vlakke Nederland een hoger of lager standpunt kiezen. Terwijl jij je standpunt kiest blijven je ogen op het onderwerp gericht. Soms zie je invoerende lijnen of een gelaagdheid in het landschap. Of je plaatst het hoofdonderwerp zelf op de voorgrond door relatief dichtbij te fotograferen.

TEST VERSCHILLENDE STANDPUNTEN

Het toverwoord is diepte! De diepte kan bijvoorbeeld ontstaan doordat er een invoerende lijn naar je hoofdonderwerp leidt. Een andere mogelijkheid is dat het onderwerp los komt van de achtergrond.

Probeer verschillende standpunten. Maak ook een foto als je ziet dat een compositie minder goed werkt. Het klinkt misschien gek, maar dan heb je achteraf de mogelijkheid om de foto’s nog eens terug te kijken. Je kunt op je gemak zien waarom de ene compositie beter is dan de andere. Je hoeft echt niet alle foto’s na iedere shoot te analyseren, maar kijk er af en toe eens naar en je ontdekt vanzelf wat er beter kan.

COMPOSITIE TIP 3: WERK MET DE JUISTE BRANDPUNTAFSTAND

We gaan verder met de tips voor composities in landschapsfotografie. Als je je onderwerp en plek hebt gevonden bepaal je met welke brandpuntafstand je gaat werken. Met een zoomlens heb je de vrijheid om de beelduitsnede vanaf je standpunt aan te passen. Je kunt net iets meer of minder in beeld nemen waardoor het onderwerp beter tot z’n recht komt.

Met een lens met een vaste brandpuntafstand moet je positie perfect zijn, omdat je niet kunt zoomen. Voor beide opties is wat te zeggen, maar de brandpuntafstand zelf is het belangrijkste omdat die het beeld in balans kan brengen.

Met een groothoeklens breng je vrij eenvoudig diepte aan in de foto maar laat je weinig van het landschap zien. Met een telelens zoom je juist in op een klein stukje van het landschap en leg je bijvoorbeeld een doorkijkje vast

COMPOSITIE TIP 4: RELATIE MET DE VOORGROND EN ACHTERGROND

Als je de voorgaande drie tips in de praktijk toepast zie je vanzelf hoe de voor- en achtergrond ten opzichte van het hoofdonderwerp in de foto verandert. Door zelf maar een klein stukje van positie te veranderen kan een boom of berg opeens wel in beeld zijn. Of door voor een langere brandpuntafstand te kiezen vallen storende en drukke elementen weg. De focus blijft op het onderwerp en er is niets meer dat afleidt. De voorgrond en achtergrond zelf kunnen sfeerverhogend werken. Dit zorgt voor sterkere composities in landschapsfotografie.

Deze tip krijg je als bonus van ons. Minder is meer. Het klinkt eenvoudig maar veel foto’s werken niet omdat het onderwerp ten onder gaat in de drukte van een beeld. Door letterlijk minder in beeld te nemen en met een rustige voor en achtergrond te werken creëer je rust in de foto. Een rustige compositie werkt meestal beter. We geven je nog twee voorbeelden. De ene foto is gemaakt met een groothoeklens de andere met een telelens.

Met de telelens laat je weliswaar weinig van het landschap zien en als je met vegetatie op de voorgrond werkt ‘verdwijnen’ veel details. De andere foto is met een telelens gemaakt. Door met een groot diafragma en lange brandpuntafstand te werken wordt de scherptediepte kleiner. In deze foto is het vooral de voorgrond die rust en sfeer in het beeld brengt omdat die vervaagd in beeld is.

COMPOSITIES IN LANDSCHAPSFOTOGRAFIE: BLIJVEN OEFENEN EN NIET OPGEVEN

Kant en klare oplossingen zijn er niet. Dat zou ook te gemakkelijk zijn. Door te blijven oefenen zul je jezelf als fotograaf blijven ontwikkelen en zien wat voor jou werkt. Je zult merken dat je blij wordt van sommige foto’s. Probeer dan te achterhalen wat de foto voor jou zo aantrekkelijk maakt en neem dat een volgende keer mee als je gaat fotograferen. Je zult niet alleen maar topfoto’s maken maar het zal je op den duur lukken om iedere keer als je gaat fotograferen minstens één foto te maken die je weer de energie geeft om door te gaan.



«   »