Wat is de witbalans?

De witbalans op je camera houdt rekening met de lichtbron waaronder je fotografeert. Wij kunnen het niet altijd met het blote oog zien, maar een gloeilamp geeft gelig licht en in de schaduw of onder een TL-lamp wordt een foto snel blauwig. Onze hersenen corrigeren deze kleuren, maar een camera doet dat niet automatisch. Die kleurafwijking wil je niet zien op de foto. Alle digitale spiegelreflexcamera's en de meeste compactcamera's hebben de mogelijkheid om de witbalans in te stellen op de camera. Als je foto's maakt in RAW-formaat is het achteraf mogelijk de witbalans bij te werken in een fotobewerkingsprogramma als Photoshop. Bij een JPG-foto gaat dat lastiger. Daarom is het handig om de witbalans goed in te stellen op de camera.

Hoe werkt het?

Als je een foto maakt waarbij een gloeilamp de meest prominente lichtbron is, voert geel licht de boventoon. Er valt dus minder groen en blauw licht op de sensor van je camera. Als je de camera instelt op de optie 'gloeilamp' bij de witbalansinstellingen, voegt de camera wat blauw toe. Daardoor zien de kleuren er op de foto uit zoals jij het ook met het blote oog ziet. Hetzelfde geldt ook andersom. Een TL-lamp geeft blauwig licht. Door de camera in te stellen op 'TL', wordt geel toegevoegd, waardoor wit weer echt wit is op de foto.

Welke instellingen zijn er?

Op spiegelreflexcamera's zit altijd een speciale knop voor de witbalans op de camera. Op de meeste compactcamera's en compacte systeemcamera's zitten de instellingen in het menu. Er zijn verschillende opties om in te stellen voor de witbalans.

AWB – De camera past de witbalans automatisch aan.
Gloeilamp (Tungsten)
TL (Fluorescent)
Schaduw (Shade)
Bewolkt (Cloudy)
Flits (Flash)
Daglicht (Daylight)
Kleurtemperatuur – Deze optie is voor de gevorderde fotograaf. Hierbij kan je namelijk zelf de kleurtemperatuur instellen tussen 2800 en 10.000K. Op de meeste lampen staat de temperatuur in Kelvin aangegeven. Deze optie vind je meestal niet terug op compactcamera's.
Speciaal (Custom) – Dit is de meest nauwkeurige, maar ook meest bewerkelijke optie. Je maakt een foto van een wit vlak (bijvoorbeeld een wit stuk karton) en geeft met je camera aan welk deel als referentie dient voor de volgende foto's die je maakt. Deze optie vind je meestal niet terug op compactcamera's.

Kleurtemperatuur lichtbron

  • 1000-2000 K - Kaarslicht
  • 2500-3500 K - Gloeilamp
  • 3000-4000 K - Zonsopgang/zonsondergang (heldere lucht)
  • 4000-5000 K - TL-buis
  • 5000-6500 K - Daglicht met heldere lucht (zon aan de hemel)
  • 6500-8000 K - Matig bewolkte lucht
  • 9000-10.000 K - Schaduw of zwaarbewolkte lucht

Waarom niet altijd op automatisch?

Meestal weet de camera heel behoorlijk een goede witbalans te kiezen, toch zijn er ook situaties te bedenken waarin je beter zélf een witbalans kunt instellen. Als je bijvoorbeeld een serie foto's maakt van hetzelfde onderwerp met  steeds een net iets andere uitsnede, is de witbalans op elke foto vaak een klein beetje anders. Door de witbalans zelf in te stellen, blijft de kleur op je foto's gelijk. Ook heeft de automatische witbalans maar een beperkt bereik, namelijk tussen de 3000 en 7000K. Zoals je in de tabel hierboven kunt zien, zullen de kleuren op foto's bij kaarslicht of in de schaduw niet helemaal goed worden weergeven als je de camera op automatische witbalans zet.

Onderwaterfotografie

Ook onder water heb je last van kleurzwemen als je de camera op automatische witbalans laat staan. Foto's onder water worden blauw en dat is niet de bedoeling als je de mooie kleuren van het koraal en de visjes wilt laten zien. Soms kun je op onderwatercamera's ook zelf de witbalans instellen. Bekijk of er op de camera een onderwaterfunctie zit. Anders kun je onder water zelf uitproberen met welke witbalansinstelling je foto's er het beste uit komen te zien.

Raw

Als je fotografeert in RAW is het minder belangrijk dat je de witbalans meteen goed instelt op de camera. De kleuren in RAW foto's kun je naderhand nog makkelijk aanpassen in Photoshop zonder kwaliteitsverlies. Als je in JPG fotografeert is het instellen van de witbalans op de camera belangrijker. Als je JPG-beelden achteraf aanpast, zal er kwaliteit verloren gaan.

Tips

  • Let altijd op dat je de witbalans terugzet naar AWB. Net onder het licht van een gloeilamp een photoshoot gedaan en de camera uitgezet zonder de instellingen terug te zetten? Als je de volgende dag een foto maakt in de schaduw, zullen de foto's er niet zo uitzien als je zou willen.
  • Je kan ook spelen met de witbalans. Soms is het mooi om een foto in de sneeuw iets blauwer te maken, zodat het kouder lijkt. Omgekeerd kan ook, bijvoorbeeld voor een foto van een kamer met een openhaard en kaarsen. Het geeft een warmer effect als de foto een oranje gloed bevat.
  • Experimenteer met de opties. Kies een object en fotografeer deze met alle witbalansopties. Hierdoor wordt duidelijk wat voor effect de verschillende opties hebben.